KAASKOEIEN, de toekomst?

Vrij bewerkt naar het stuk van Jop de Vrieze in NRC/Handelsblad 16 mei 2009

 

Vroeger was een koe een koe die melk leverde met zoveel mogelijk vet en eiwit. Van die melk kon kaas en boter worden gemaakt. Ons land werd er beroemd om.

In de toekomst gaat dat waarschijnlijk veranderen. Onderzoekers hebben al visioenen van verschillende soorten koeien: Kaas-, Boter- en Gezondheidsmelkkoeien.

 

Hoogleraar fokkerij en genetica Johan van Arendonk voorspelt dat over een paar jaar die visioenen werkelijkheid zullen zijn.

Elk zuivelprodukt stelt andere eisen aan melk. Om kaas te maken moet de melk veel caseine bevatten, het belangrijkste melkeiwit.

De universiteit van Wageningen, samen met de Nederlandse zuivelorganisatie en de Cooperatieve rundveeverbetering werken aan het project “Milk Genomics” Initiatief (het zoeken naar genen die bepalen hoe de melk is samengesteld).

Ze onderzochten de genen van 2000 zwartbonte Friese Holstein melkkoeien. Met name de vetzuursamenstelling en de melkeiwitten waren van belang. De onderzoeks-resultaten laten al zien dat een koe de helft van de benodigde vetzuren onveranderd haalt uit het voedsel, maar de andere helft zelf bewerkt tot nieuwe vetzuren. Dat betekent dat genen invloed hebben op die samenstelling. De vetzuursamenstelling wordt beinvloed door meerdere genen, waarvan de belangrijkste DGAT1 en SCD1 worden genoemd.

 

Bij de samenstelling van de melkeiwitten blijken de genen zelfs voor viervijfde bepalend te zijn. Deze wetenschap wil men gebruiken in fokprogramma’s. Men gaat uitzoeken welke stieren en welke koeien het best gebruikt kunnen worden om de genenpool van nakomelingen zo optimal mogelijk te maken, zodat KAASKOEIEN kunnen ontstaan.

De melkeiwitten bestaan voor 78% uit caseines. Dit percentage zou men met behulp van een fokprogramma nog verder willen verhogen, want melk met 2% meer caseine zou de nationale kaasproductie met zo’n 250.000 kilo kunnen verhogen. Dat betekent voor een boer meer inkomsten, helemaal op dit moment. Nu ligt de melkprijs onder de productieprijs. Niet voor niets hebben boeren uit protest de melk als gier over de akkers verstrooid.

 

Als de vetzuursamenstelling zou kunnen worden veranderd, dan zouden er koeien kunnen worden gefokt die gezondheidsmelk zouden produceren waarin veel cholesterolverlagende vetzuren aanwezig zijn. En boterkoeien wier melk een minimum aan verzadigd vet zou moeten bevatten.

 

Dat betekent werk aan de winkel voor fokkers. Zij zijn met name geinteresseerd in stieren omdat die veel nakomelingen produceren, terwijl een koe maar een kalf per jaar krijgt. De fokkers zouden geholpen zijn als het DNA-profiel van de stier direct af te lezen is. Inmiddels is in de VS de DNA-volgorde van koeien ontrafeld, maar de procedure is nog te duur. In de toekomst als dit goedkoper is geworden, zal het lonend worden om koeien te selecteren: Kaas-, boter- of gezondheidskoeien.

Op dit moment proberen boeren de samenstelling van de melk nog te beinvloeden door gunstige voeding. Koeien die lijnzaad eten leveren al melk met een 20% hoger aandeel onverzadigde vetten (de gezonde vetten). In de toekomst zal dat veranderen met geselecteerde stieren in het fokprogramma.

Van Arendonk verwacht dat over 10 jaar het percentage onverzadigde vetten zelfs met 30% kan worden verhoogd als steeds de gunstigste stieren voor het fokprogram-ma worden gebruikt. De boer wordt dan mogelijk beloond op basis van vetzuur- en eiwit-samenstelling van de melk. De melk zal niet meer bij elkaar worden gegooid, maar gescheiden naar vershillende fabrieken gaan.

Hoewel, het zou natuurlijk vervelend zijn als die specialisatie zou leiden tot een wel heel eenzijdige samenstelling van de koeienpopulatie. Aan de buitenkant zullen ze er nog steeds hetzelfde uitzien, de vertrouwde zwartbonte koeien grazend in de wei.

Alleen maar Kaaskoeien in de wei zou het dagelijkse glas melk als witte motor dan helaas doen verdwijnen uit onze koelkast. Dat lijkt niet zo verstandig. De toekomstige gezondheidsmelk is vast net zo belangrijk als de kaas. Vette boter kunnen we misschien wel missen.

Ik vind dit toekomstperspectief nog niet zo gek.

 

Amsterdam, Reinie Kaas